Eiser had een asielaanvraag ingediend die op grond van de Dublinverordening aan Italië werd overgedragen. De overdracht stond gepland op 25 oktober 2022, maar verweerder verlengde de overdrachtstermijn tot achttien maanden wegens vermeend onderduiken van eiser. Eiser stelde dat hij niet doelbewust ondergedoken was en dat hij op de opvanglocatie aanwezig was.
De rechtbank oordeelde dat de brief van 8 november 2022 waarin de verlenging werd meegedeeld een besluit in de zin van de Awb is en dat eiser daartegen beroep kon instellen. De rechtbank verwierp het standpunt van verweerder dat onderduiken ook kan worden aangenomen bij tijdelijke onttrekking aan overdracht, verwijzend naar het arrest Jawo dat vereist dat onderduiken doelbewust buiten bereik van autoriteiten betekent.
De rechtbank concludeerde dat de enkele omstandigheid dat eiser niet meewerkte onvoldoende is om onderduiken aan te nemen. Eiser was op de opvanglocatie aanwezig en meldde zich opnieuw. De verlenging van de overdrachtstermijn was daarom onrechtmatig. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, droeg verweerder op eiser in de nationale procedure op te nemen en veroordeelde verweerder in de proceskosten.