ECLI:NL:RVS:2022:3630
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- J.H. van Breda
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging verlenging overdrachtstermijn vreemdeling aan Italië
De vreemdeling diende op 14 september 2020 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Italië verantwoordelijk werd geacht en stelde een overdrachtsbesluit vast. De overdracht stond gepland op 14 april 2021, maar de staatssecretaris verlengde de overdrachtstermijn met twaalf maanden tot 14 april 2022, met het argument dat de vreemdeling ondergedoken zou zijn.
De rechtbank vernietigde deze verlenging en beval de staatssecretaris de asielaanvraag te behandelen. De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de verlenging van de overdrachtstermijn een besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht waartegen beroep openstaat, omdat het rechtsgevolgen heeft voor de vreemdeling.
Verder stelde de Afdeling vast dat de vreemdeling niet ondergedoken was zoals bedoeld in de Dublinverordening, omdat hij niet doelbewust buiten het bereik van de autoriteiten bleef. De feiten wezen uit dat de vreemdeling de overdracht weliswaar frustrerend belemmerde, maar feitelijk niet buiten bereik was. De verlenging van de overdrachtstermijn was daarom onterecht.
De Afdeling bevestigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten en het betalen van griffierecht.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt dat de verlenging van de overdrachtstermijn onterecht was en vernietigt deze, met veroordeling van de staatssecretaris tot proceskostenvergoeding.