ECLI:NL:RBDHA:2022:15471
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen het niet opleggen van een bestuurlijke dwangsom bij asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin geen bestuurlijke dwangsom is toegekend bij een asielaanvraag. De rechtbank heeft partijen laten weten dat een zitting niet nodig was en heeft het onderzoek schriftelijk gesloten.
De kern van het geschil betreft de vraag of verweerder een bestuurlijke dwangsom heeft verbeurd. De rechtbank verwijst naar artikel 1 van Pro de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND, die sinds 11 juli 2021 bepaalt dat de artikelen 4.17 tot en met 4.19 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing zijn op besluiten op asielaanvragen voor bepaalde tijd.
Daarnaast is in een eerdere uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank geoordeeld dat het afschaffen van de bestuurlijke dwangsom niet strijdig is met het Unierechtelijke gelijkwaardigheidsbeginsel en het doeltreffendheidsbeginsel, waaronder artikel 47 van Pro het Handvest valt. Daarom kan de rechtbank niet vaststellen dat verweerder een bestuurlijke dwangsom heeft verbeurd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet opleggen van een bestuurlijke dwangsom wordt ongegrond verklaard.