ECLI:NL:RBDHA:2022:15482
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding wegens vertraagde besluitvorming vreemdelingenrecht
Verzoeker is op 27 juni 2022 in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag door verweerder. Op 5 oktober 2022 heeft verweerder alsnog een beslissing genomen. Hierna heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank heeft geen zitting gehouden omdat dit niet nodig was volgens artikel 8:54 Awb Pro. Verweerder heeft geen bezwaar gemaakt tegen het verzoek tot proceskostenvergoeding. De rechtbank heeft vastgesteld dat verzoeker recht heeft op vergoeding van proceskosten, omdat verweerder pas na het instellen van het beroep een besluit heeft genomen.
De vergoeding is vastgesteld op €379,50, gebaseerd op een puntensysteem uit het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij een wegingsfactor van 0,5 is toegepast vanwege de aard van de zaak. Er zijn geen andere kosten vergoed. De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van dit bedrag.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €379,50 aan proceskosten aan verzoeker wegens het niet tijdig nemen van een besluit.