ECLI:NL:RBDHA:2022:15487
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bestuurlijke dwangsom en toewijzing proceskostenvergoeding wegens te late besluitvorming
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op zijn aanvraag. Inmiddels heeft verweerder alsnog een inwilligend besluit genomen, waardoor het beroep mede daarop is gericht. De rechtbank acht het beroep niet-ontvankelijk omdat het oorspronkelijke doel, het verkrijgen van een besluit, is bereikt.
Eiser verzocht tevens om vaststelling van een bestuurlijke dwangsom wegens de overschrijding van de beslistermijn. De rechtbank wijst dit af op grond van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND, die de toepassing van bestuurlijke dwangsommen op asielaanvragen tijdelijk uitsluit. Dit is bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Ten slotte oordeelt de rechtbank dat verweerder moet worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser, omdat het besluit te laat is genomen en het beroep terecht is ingesteld. De proceskosten worden vastgesteld op €379,50, met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van de zaak.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard, de bestuurlijke dwangsom wordt afgewezen en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van €379,50 aan proceskosten.