ECLI:NL:RBDHA:2022:15494
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Oostenrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser stelde dat zijn gezinsleden rechtmatig in Nederland verblijven en dat het gezinsleven volgens het EVRM en de Dublinverordening voorop moet staan. Hij voerde aan dat hij als jongvolwassene en mantelzorger voor zijn gezin in Nederland de asielprocedure hierop gebaseerd op het gelijkheidsbeginsel moest worden opengesteld.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen gezinslid is in de zin van de Dublinverordening omdat hij meerderjarig is en dat de procedure gericht is op het vaststellen van de verantwoordelijke lidstaat. De aangevoerde bijzondere omstandigheden en beroepen op artikel 16 en Pro 17 van de Dublinverordening en het EVRM konden niet tot een andere uitkomst leiden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.