ECLI:NL:RBDHA:2022:15496
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
De eiser heeft een asielaanvraag ingediend die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Zwitserland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De eiser stelde dat toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening, de hardheidsclausule, op zijn situatie van toepassing was omdat hij anders gescheiden zou worden van zijn gezin. Zijn echtgenote heeft de Nederlandse nationaliteit en verblijft momenteel niet in Zwitserland.
De rechtbank overweegt dat de Staatssecretaris terughoudend gebruik mag maken van de hardheidsclausule en dat de toetsing van de rechter marginaal is. De rechtbank concludeert dat de omstandigheden van eiser niet zodanig bijzonder zijn dat een uitzondering gerechtvaardigd is. Eiser beschikt over een geldig verblijfsdocument voor Zwitserland en kan daar werken, waardoor hij in zijn levensonderhoud kan voorzien. De echtgenote kan op grond van het arbeidsinkomen van eiser een verblijfsrecht verkrijgen.
De enkele omstandigheid dat de echtgenote zwanger is, leidt niet tot een onevenredige hardheid zonder nadere toelichting. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.