ECLI:NL:RVS:2023:1286
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 23 november 2022 besloten om de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 23 december 2022 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze heeft overwogen dat de vreemdeling beschikt over een geldig verblijfsdocument voor Zwitserland, waarmee hij daar kan werken en inkomen kan genereren. Hierdoor is het niet aannemelijk dat de vreemdeling in Zwitserland geen verblijfsrecht kan verkrijgen voor zijn echtgenote, zodat toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening niet aan de orde is.
Het hoger beroep bevatte geen vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin, zodat het oordeel van de rechtbank niet verder gemotiveerd hoeft te worden. De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.