Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 759,-.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, een Servisch staatsburger geboren in 1948, had een aanvraag tot verlenging van een verblijfsvergunning asiel ingediend die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 24 mei 2022 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met het bodemberoep op 15 juli 2022. Aangezien op dezelfde dag uitspraak werd gedaan in de bodemprocedure (zaaknummer NL22.9992), achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af.
De voorzieningenrechter veroordeelde de verweerder wel in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 759,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor de beroepsmatige rechtsbijstand verleend door de gemachtigde van verzoeker.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter G.P. Loman en griffier L.L. Hol op 1 augustus 2022 in Utrecht. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de Staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 759,-.