ECLI:NL:RBDHA:2022:15505
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning regulier voor arbeid als zelfstandige wegens onvoldoende onderbouwing
Eiser, van Turkse nationaliteit, heeft sinds 2015 meerdere aanvragen gedaan voor een verblijfsvergunning regulier met als doel arbeid als zelfstandige. In 2021 heeft hij een onderneming overgenomen en een aanvraag ingediend die door verweerder is afgewezen omdat eiser geen machtiging voor voorlopig verblijf (mvv) had en onvoldoende bewijsstukken overlegde.
De rechtbank stelt vast dat eiser geen ingevulde en ondertekende 'Bijlage Antecedentenverklaring' heeft overgelegd en dat het ondernemingsplan summier en onvoldoende onderbouwd is. Eiser voerde aan dat hij geen freelancersdocumenten hoefde te overleggen en dat zijn onderneming levensvatbaar is, maar deze argumenten werden verworpen.
Verweerder was niet verplicht de aanvraag ter advisering aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat voor te leggen. De stelling van eiser dat de documentatievereisten onhaalbaar zijn, is onvoldoende onderbouwd. De rechtbank concludeert dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor de gevraagde vergunning en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende onderbouwing en het ontbreken van vereiste documenten.