Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot en bedrag van € 759,-.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, een Egyptische nationaliteit dragende persoon, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag werd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet-ontvankelijk verklaard bij besluit van 21 september 2022. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met een ander beroep op 14 oktober 2022 tijdens een hybride zitting. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed in de bodemzaak (zaaknummer NL22.18341), achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af.
Wel werd de verweerder veroordeeld tot betaling van de door verzoeker gemaakte proceskosten, vastgesteld op € 759,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter G.P. Loman en griffier L.L. Hol op 25 oktober 2022. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de Staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 759,-.