Eiser heeft op 2 januari 2022 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd. Verweerder heeft niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van zes maanden een besluit genomen. Eiser heeft verweerder op 26 juli 2022 in gebreke gesteld en vervolgens beroep ingesteld tegen het uitblijven van een tijdig besluit.
De rechtbank heeft het beroep ontvankelijk verklaard omdat aan de ingebrekestelling was voldaan en het beroep gegrond verklaard wegens het niet tijdig beslissen. De rechtbank legt een beslistermijn van zestien weken op, verdeeld in twee termijnen van acht weken: eerst het afnemen van een eerste gehoor en daarna het nemen van een besluit.
Vanwege de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND kan geen bestuurlijke dwangsom worden vastgesteld, maar de rechtbank legt een rechterlijke dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 bij overschrijding van de beslistermijn. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan eiser, vastgesteld op €379,50 vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar bekendgemaakt op 11 november 2022 door rechter M.C. Verra. Eiser krijgt de mogelijkheid om binnen vier weken hoger beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.