ECLI:NL:RBDHA:2022:15572
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling inreisverbod in relatie tot Gezinsherenigingsrichtlijn en non-discriminatie
Eiseres, met de Colombiaanse nationaliteit, kreeg op 23 maart 2022 een inreisverbod van twee jaar opgelegd wegens overschrijding van de toegestane verblijfstermijn in het Schengengebied. Zij stelde beroep in tegen dit besluit en voerde aan dat het inreisverbod strijdig is met het nuttig effect van de Gezinsherenigingsrichtlijn en het Europees non-discriminatiebeginsel, omdat zij hierdoor haar gezinshereniging met haar echtgenoot, die legaal in Italië verblijft, niet kan effectueren.
De rechtbank oordeelde dat indien Italië een verblijfsvergunning verleent, de Nederlandse autoriteiten ambtshalve het inreisverbod zullen opheffen, tenzij er uitzonderingscriteria zoals openbare orde spelen. Dit voorkomt ongelijke behandeling ten opzichte van Nederlandse gezinsherenigingsprocedures. Tevens kan eiseres na één jaar een verzoek tot opheffing indienen. Hierdoor is er geen strijd met de richtlijn of het non-discriminatiebeginsel.
De rechtbank zag geen reden om het inreisverbod te matigen en verklaarde het beroep ongegrond. De uitspraak werd gedaan door rechter G.P. Loman op 29 november 2022.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen het inreisverbod ongegrond.