Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door verweerder op zijn aanvraag. Nadat verweerder alsnog een inwilligend besluit nam, werd het beroep mede daarop gericht. Eiser verzocht de rechtbank om vaststelling van een bestuurlijke dwangsom en veroordeling van verweerder in de proceskosten.
De rechtbank stelde partijen in de gelegenheid om zonder zitting te reageren en sloot het onderzoek zonder zitting vanwege het ontbreken van verzoeken tot zitting. Omdat verweerder inmiddels heeft beslist, is het oorspronkelijke doel van het beroep bereikt en ontbreekt het aan procesbelang voor het beroep tegen het niet tijdig beslissen, waardoor dit niet-ontvankelijk wordt verklaard.
Met betrekking tot de bestuurlijke dwangsom oordeelde de rechtbank dat op grond van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND geen bestuurlijke dwangsom kan worden vastgesteld bij asielaanvragen, zodat dit onderdeel van het beroep ongegrond is.
De rechtbank veroordeelde verweerder wel in de proceskosten van eiser, gelet op het terechte beroep tegen de overschrijding van de beslistermijn en het uitblijven van verweer tegen het kostenverzoek. De proceskosten werden vastgesteld op €379,50, rekening houdend met een wegingsfactor vanwege de beperkte aard van de procedure.
De uitspraak werd gedaan door rechter M.C. Verra en griffier J.M.T. Zoon op 13 oktober 2022.