Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op zijn aanvraag. Verweerder heeft op 21 juli 2022 alsnog een inwilligend besluit genomen, waardoor het oorspronkelijke doel van het beroep is bereikt.
De rechtbank verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk omdat het belang van eiser is komen te vervallen. Daarnaast kan de rechtbank geen bestuurlijke dwangsom vaststellen vanwege de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND die sinds 11 juli 2021 geldt.
De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van €379,50, omdat het bestreden besluit te laat is genomen en het beroep terecht is ingesteld. Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek om proceskosten te vergoeden, wat wordt opgevat als instemming.