Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Inmiddels heeft verweerder alsnog een inwilligend besluit genomen, waardoor het oorspronkelijke doel van het beroep is bereikt.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is omdat eiser geen belang meer heeft bij het beroep. Daarnaast kan de rechtbank geen bestuurlijke dwangsom vaststellen vanwege de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND die van toepassing is op asielaanvragen.
Wel veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser, omdat het besluit te laat is genomen en het beroep terecht is ingesteld. De proceskosten worden vastgesteld op €379,50, rekening houdend met een wegingsfactor vanwege de beperkte aard van de zaak.
De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier J.M.T. Zoon en is uitgesproken op 5 oktober 2022. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van de uitspraak.