Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op haar aanvraag. Inmiddels heeft verweerder alsnog een inwilligend besluit genomen, waardoor het oorspronkelijke beroep zijn doel heeft verloren.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet-tijdig beslissen niet-ontvankelijk is, omdat eiseres geen procesbelang meer heeft. Tevens kan de rechtbank geen bestuurlijke dwangsom vaststellen vanwege de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND, die de toepassing van dwangsommen op asielaanvragen uitsluit.
De rechtbank veroordeelt verweerder echter in de proceskosten van eiseres, omdat het besluit te laat is genomen en het beroep terecht is ingesteld. De proceskosten worden vastgesteld op €379,50, waarbij rekening is gehouden met een wegingsfactor vanwege de beperkte aard van de procedure.