ECLI:NL:RBDHA:2022:15629
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen weigering behandeling asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Italië onder Dublinverordening
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen, omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld of het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten opzichte van Italië nog geldt en of uitzonderingen op de overdracht van toepassing zijn.
De rechtbank overweegt dat Nederland in het algemeen mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Italië, zoals bevestigd door eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat in haar geval dit vertrouwensbeginsel niet opgaat. Ook is onvoldoende onderbouwd dat haar zoon, die rolstoelafhankelijk is en psychische zorg nodig heeft, afhankelijk is van haar in de zin van artikel 16 van Pro de Dublinverordening.
Verder oordeelt de rechtbank dat de omstandigheden van eiseres niet zodanig bijzonder zijn dat toepassing van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening gerechtvaardigd is. De wens om als gezin bij elkaar te blijven is begrijpelijk, maar vormt geen grond voor behandeling van de asielaanvraag in Nederland. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van haar asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.