ECLI:NL:RBDHA:2022:15915
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid en meerderjarigheid
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, vroeg asiel aan met de stelling dat hij minderjarig was en bedreigd werd door een persoon genaamd [A], die zich met zwarte magie bezighoudt en hem zou willen offeren. Verweerder stelde echter vast dat eiser meerderjarig is op basis van een leeftijdsonderzoek en dat hij geen originele documenten overlegd heeft om zijn leeftijd te bewijzen. Tevens werkte eiser niet mee aan het aangeboden leeftijdsonderzoek.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij minderjarig is en dat zijn verklaringen over de bedreigingen door [A] ongeloofwaardig zijn. De verklaringen waren vaag, niet concreet onderbouwd en eiser kon geen specifieke voorbeelden geven van de bedreigingen. Ook was het onduidelijk waarom [A] zich specifiek op eiser zou richten.
Verweerder heeft de asielaanvraag afgewezen als ongegrond en eiser kwam niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning regulier of uitstel van vertrek. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid en meerderjarigheid.