Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van verweerder op zijn aanvraag. Nadat verweerder alsnog een inwilligend besluit nam, werd het beroep mede gericht tegen dit besluit. De rechtbank stelde dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is, omdat het belang van eiser vervallen is nu verweerder heeft beslist.
Eiser verzocht tevens om vaststelling van een bestuurlijke dwangsom en veroordeling in proceskosten. De rechtbank oordeelde dat op grond van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND geen bestuurlijke dwangsom verschuldigd is. Het beroep tegen het bestreden besluit werd daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank veroordeelde verweerder echter in de proceskosten van eiser, omdat het besluit te laat was genomen en het beroep tegen het niet tijdig beslissen terecht was ingesteld. Verweerder had niet gereageerd op het verzoek om proceskosten te vergoeden, wat werd opgevat als geen bezwaar. De proceskosten werden vastgesteld op €418,50.