Uitspraak
directbij het eerste gesprek heeft gedaan. Daarbij is van belang dat eiser zelf heeft verklaard dat hij niet weet hoe het rekruteringsbureau op de hoogte is geraakt van zijn homoseksuele geaardheid. Hij vermoedt dat het bureau op de hoogte is gebracht door de politie. Dit zijn echter aannames van de kant van eiser. Door het kenbaar maken van zijn geaardheid, die in zijn land van herkomst als een ziekte werd beschouwd, zou opname in een kliniek meer in de rede liggen dan bij het niet kenbaar maken van zijn geaardheid. Op de vraag van de gehoormedewerker wat hij voelde toen de psychiater hem als een ziekte beschouwde, heeft eiser geantwoord dat hij dit gewend was en volledige onverschilligheid ervaarde. Nu dit het moment was waarop zijn seksuele geaardheid van invloed zou kunnen zijn op zijn leven, door bijvoorbeeld een notitie in het militaire boekje dat van invloed is op zijn ouders en bij het zoeken van werk, heeft verweerder niet ten onrechte het standpunt ingenomen dat het niet voor de hand ligt dat eiser “volledige onverschilligheid” zou hebben ervaren. Uit het verslag van het rapport nader gehoor blijkt dat eiser wel degelijk waarde hecht aan de mening van de psychiater. Op de vraag van de gehoormedewerker of homoseksueel zijn een ziekte is, heeft eiser - samengevat weergegeven - geantwoord dat hij niet denkt dat hij ziek is en dat de arts of psychiater het zou moeten weten. In het licht daarvan kan eiser niet worden gevolgd in zijn standpunt dat hij hier onverschillig onder was.
derdenverklaringeningaan op de overige door eiser in dit kader overgelegde stukken.