ECLI:NL:RBDHA:2022:15953
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening voor vergunning plaatsen groutankers woningbouwproject
Verzoekster heeft een vergunning aangevraagd voor het plaatsen en achterlaten van groutankers ten behoeve van een woningbouwproject in Alphen aan den Rijn. Deze vergunningaanvraag en een gerelateerde aanvraag voor het monitoren van het hoofdspoor werden door verweerder afgewezen. Verzoekster maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening om vertraging in het bouwproces te voorkomen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het spoedeisend belang onvoldoende was onderbouwd, aangezien het voornamelijk financieel van aard was en verzoekster geen financiële stukken had overgelegd die een acute noodsituatie aantonen. Daarnaast werd niet vastgesteld dat het besluit evident onrechtmatig was, mede omdat partijen technische standpunten betwisten.
Verder wees de rechter erop dat het verzoek om voorlopige voorziening neerkomt op het verlenen van een vergunning met onomkeerbare gevolgen, terwijl voor het bouwproject ook andere toestemmingen nodig zijn die niet zijn verkregen. Daarom werd het verzoek afgewezen en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang en het ontbreken van evident onrechtmatigheid.