ECLI:NL:RBDHA:2022:16076
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens gebrek aan gegronde vrees voor vervolging in Algerije
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, diende in september 2021 een asielaanvraag in Nederland in nadat eerdere aanvragen in Spanje en Frankrijk niet tot verblijf leidden. Hij stelt te zijn gevlucht vanwege een conflict met een politieman in Algerije en vreest een gevangenisstraf van tien jaar bij terugkeer.
Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een gegronde vrees voor vervolging heeft. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht de geloofwaardigheid van het relaas over het incident met de politieman heeft betwijfeld, mede vanwege tegenstrijdigheden in het visumverhaal en het ontbreken van ondersteunende documenten.
De rechtbank stelt vast dat Algerije geen veilig land van herkomst is, maar dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico loopt op ernstige schade of een oneerlijk proces. Verweerder heeft bovendien terecht een vertrektermijn van vier weken vastgesteld zonder inreisverbod.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.