ECLI:NL:RBDHA:2022:16149
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar voorrangsverklaring
Eiser diende op 29 oktober 2020 een aanvraag in voor een voorrangsverklaring, welke door verweerder bij besluit van 20 november 2020 werd afgewezen. Eiser maakte bezwaar, maar dit bezwaar werd door verweerder niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van bezwaargronden. De rechtbank oordeelt dat eiser wel procesbelang heeft, mede vanwege het verzoek om proceskostenvergoeding en een toekomstig belang bij schadevergoeding.
De rechtbank beoordeelt dat hoewel het bezwaarschrift summier is, het wel degelijk een concrete bezwaargrond bevat, namelijk dat eiser betwist dat er geen sprake is van een noodsituatie en dat hij het probleem kan oplossen door te verhuizen. Dit standpunt betreft een inhoudelijke kritiek op de overwegingen van het bestreden besluit. Het niet reageren op de hersteltermijn doet hieraan niet af.
Daarom is het bestreden besluit van niet-ontvankelijkheid onjuist en wordt het beroep gegrond verklaard. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuwe beslissing op het bezwaar te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit van niet-ontvankelijkverklaring wordt vernietigd.