ECLI:NL:CRVB:2004:AO4835
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen korting WW-voorschotten onterecht
Appellant maakte bezwaar tegen een korting van 20% gedurende 16 weken op zijn WW-voorschotten, opgelegd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv). De rechtbank verklaarde het bezwaar onontvankelijk omdat het bezwaarschrift geen voldoende gronden bevatte. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het bezwaarschrift wel degelijk een motivering bevatte, ook al was deze summier.
De Raad stelt vast dat het bezwaar betrekking had op de korting op voorschotten in het kader van de WW en dat appellant een nadere onderbouwing had gegeven, hoewel deze niet sterk was. De rechtbank had ten onrechte het bezwaar onontvankelijk verklaard. De zaak wordt daarom terugverwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling.
Daarnaast veroordeelt de Raad het Uwv tot vergoeding van de proceskosten van appellant en tot terugbetaling van het betaalde recht van beroep. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige ontvankelijkheidstoets en het respecteren van de motiveringsvereisten bij bezwaarschriften.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank.