Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betwistte de rechtmatigheid van de bewaring en stelde dat verweerder onvoldoende voortvarend handelde bij de overdracht naar Italië, mede vanwege een vertraagde vluchtboeking en het weigeren van een PCR-test.
De rechtbank stelde vast dat de noodzakelijke reisdocumenten voor terugkeer aanwezig waren en dat het rechtsvermoeden van openbare orde niet werd betwist. Verweerder had binnen vier dagen na inbewaringstelling een vlucht aangevraagd, wat als voldoende voortvarend werd beoordeeld. De weigering van eiser om mee te werken aan de PCR-test werd als een risico voor eigen rekening beschouwd, aangezien volledige en actieve medewerking aan uitzetting vereist is.
De stelling van eiser dat hij niet terug kan vanwege een lopende zaak in Nederland en zijn verblijfstatus werd niet als grond voor onrechtmatigheid van de bewaring erkend. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. De rechtbank concludeerde dat geen lichter middel passend was en wees het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.