Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
ProcesverloopBij besluit van 8 november 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als ongegrond.
Overwegingen
.Naar het oordeel van de rechtbank betekent dit dat een minderjarige die niet in aanmerking komt voor asiel en in wiens geval het onderzoek naar adequate opvang in het land van herkomst nog niet is afgerond, in afwachting van de uitkomsten van dat onderzoek rechtmatig verblijf hoort te krijgen. De rechtbank is bekend met de voorbereiding van wetgeving die voorziet in een specifieke grondslag hiervoor. De rechtbank wijst er op dat verweerder nu al op grond van artikel 3.6a, eerste lid, onder c, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) de bevoegdheid heeft om ambtshalve verblijf toe te staan op tijdelijke humanitaire gronden als bedoeld in artikel 3.48, tweede lid, onder b, van het Vb.
Beslissing
www.rechtspraak.nl.