ECLI:NL:RBDHA:2022:1686
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid opvolgende asielaanvraag wegens ontbreken nieuwe elementen
Eiser, met de Syrische nationaliteit, diende op 3 april 2021 een asielaanvraag in die werd afgewezen wegens internationale bescherming in Duitsland. Na afwijzing en een eerdere ongegronde beroepsuitspraak, diende eiser op 23 december 2021 een opvolgende asielaanvraag in met aanvullende documenten en WhatsAppberichten.
Verweerder verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk omdat er geen nieuwe relevante elementen waren die de kans op internationale bescherming aanzienlijk vergroten, conform artikel 30a Vreemdelingenwet 2000 en jurisprudentie van het Hof van Justitie EU. De rechtbank stelde vast dat verweerder de ontvankelijkheidsbeoordeling niet zorgvuldig had uitgevoerd door de twee fasen van het onderzoek niet te scheiden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het besluit onvoldoende had gemotiveerd en vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. Tevens wees de rechtbank de proceskosten aan verweerder toe. Het beroep werd gegrond verklaard, maar de niet-ontvankelijkheid bleef gehandhaafd op grond van het ontbreken van nieuwe elementen die de kans op bescherming vergroten.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.