ECLI:NL:RVS:2022:208
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid opvolgende asielaanvraag bij twijfel over authenticiteit documenten
De staatssecretaris verklaarde een opvolgende asielaanvraag van een Afghaanse vreemdeling niet-ontvankelijk omdat de authenticiteit van overgelegde documenten en een USB-stick niet kon worden vastgesteld. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat de staatssecretaris de stukken zonder inhoudelijke beoordeling en zonder de vreemdeling te horen buiten beschouwing had gelaten en niet aan zijn samenwerkingsplicht had voldaan.
De Afdeling bestuursrechtspraak toetste de klacht van de staatssecretaris tegen dit oordeel en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling stelde dat het arrest LH van het Hof van Justitie vereist dat ook documenten waarvan de authenticiteit niet kan worden vastgesteld, moeten worden betrokken bij de beoordeling of er nieuwe elementen of bevindingen zijn die relevant kunnen zijn voor de aanvraag. De staatssecretaris moet deze beoordeling in samenwerking met de vreemdeling uitvoeren.
Tegelijkertijd oordeelde de Afdeling dat de staatssecretaris niet altijd verplicht is de vreemdeling te horen bij de ontvankelijkheidsbeoordeling, mits de vreemdeling al de gelegenheid heeft gehad een zienswijze te geven en het horen niet noodzakelijk is voor een zorgvuldige besluitvorming. Dit moet echter wel gemotiveerd worden. De Afdeling herzag haar eerdere rechtspraak en bevestigde dat artikel 3.118b, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 niet in strijd is met het Unierecht.
Het hoger beroep van de staatssecretaris werd ongegrond verklaard, waarbij de Afdeling de uitspraak van de rechtbank bevestigde en verbeterde. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.