ECLI:NL:RBDHA:2022:1701
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijf vreemdeling wegens onvoldoende motivering en belangenafweging
Eiseres, een vrouw die stelt de Keniaanse nationaliteit te bezitten en moeder is van twee Nederlandse minderjarige dochters, verzocht om verblijf bij haar kinderen in Nederland. Haar eerdere aanvraag werd afgewezen omdat zij haar identiteit en nationaliteit niet overtuigend kon aantonen, mede door het overleggen van een vals paspoort en onvoldoende bewijs via DNA-onderzoek.
Bij de huidige aanvraag overhandigde zij diverse documenten, waaronder een emergency certificate, geboortecertificaat en rechtbankbeschikkingen, maar deze werden door de staatssecretaris afgewezen wegens het ontbreken van een geldig grensoverschrijdingsdocument of identiteitskaart. De rechtbank oordeelde dat het emergency certificate niet gelijkgesteld kan worden aan een paspoort en onvoldoende bewijs vormt. Ook de geboortecertificaat en rechtbankbeschikkingen boden geen overtuigend bewijs van identiteit en nationaliteit.
De rechtbank bevestigde dat de staatssecretaris terecht de eis stelt dat identiteit en nationaliteit overtuigend duidelijk moeten worden gemaakt, en dat er geen zwaardere bewijslast geldt voor vreemdelingen zonder documenten. Wel oordeelde de rechtbank dat de belangenafweging door de staatssecretaris onvoldoende zorgvuldig en gemotiveerd was, met name ten aanzien van de belangen van de minderjarige kinderen die in een schrijnende situatie verkeren. De rechtbank vernietigde daarom het bestreden besluit en bepaalde dat de staatssecretaris binnen tien weken een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de uitspraak.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de staatssecretaris moet binnen tien weken een nieuw besluit nemen met inachtneming van de uitspraak.