ECLI:NL:RBDHA:2022:1708
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning asiel
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure. Deze aanvraag is door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 30 juni 2021 afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
Op 14 januari 2022 heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening behandeld, waarbij verzoekster is verschenen met haar gemachtigde en een tolk. De staatssecretaris werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, mede omdat op dezelfde datum in een gerelateerde zaak uitspraak is gedaan op het beroep. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt afgewezen.