ECLI:NL:RBDHA:2022:1812
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag faciliterend visum wegens valse huwelijksakte en onvoldoende bewijs familierelatie
Eiseres, een Syrische nationaliteit houdende vrouw, verzocht op 11 november 2020 om een faciliterend visum om zich te voegen bij haar Duitse echtgenoot die in Nederland verblijft. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af omdat eiseres onvoldoende objectief bewijs leverde dat zij een familielid is van een Unieburger. Tevens werd vastgesteld dat de overgelegde huwelijksakte vals was.
Eiseres stelde dat een huwelijk niet noodzakelijk is voor het verkrijgen van een faciliterend visum en dat er sprake is van een duurzame en exclusieve relatie. Ook voerde zij aan dat zij niet gehoord was over nieuwe afwijzingsgronden, verwijzend naar een rapport van de Nationale Ombudsman. De rechtbank oordeelde dat verweerder niet verplicht was om de relatie anders te toetsen gezien de valse huwelijksakte en dat er geen sprake was van nieuwe afwijzingsgronden.
Verder werd geoordeeld dat het niet horen van eiseres in bezwaar gerechtvaardigd was omdat het bezwaarschrift geen nieuwe feiten bevatte die het aannemelijk maakten dat sprake was van een huwelijk. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en verweerder hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar faciliterend visum wordt ongegrond verklaard vanwege de valse huwelijksakte en onvoldoende bewijs van familielidmaatschap.