Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 februari 2022 in de zaak tussen
[eiser] , te Marokko, eiser
Centraal Orgaan opvang asielzoekers, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
;
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft op grond van de AVG inzage gevraagd in zijn persoonsgegevens die door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) zijn verwerkt. Verweerder heeft dit verzoek gedeeltelijk ingewilligd, maar het bezwaar van eiser tegen het niet verstrekken van bepaalde notities werd niet-ontvankelijk verklaard. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is omdat verweerder inmiddels een beslissing heeft genomen. Vervolgens overweegt de rechtbank dat eiser sinds december 2019 Nederland heeft verlaten en dat uit de stukken niet blijkt dat hij nog inzage wenst in zijn persoonsgegevens. De enkele verklaring van de gemachtigde dat zij namens eiser optreedt, is onvoldoende om aan te nemen dat eiser zijn belang niet heeft prijsgegeven.
De rechtbank concludeert dat eiser geen belang meer heeft bij inzage in zijn persoonsgegevens en verklaart het beroep ongegrond. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser. De uitspraak is gedaan door rechter Bosman op 25 februari 2022.
Uitkomst: Het beroep op inzage in persoonsgegevens wordt ongegrond verklaard wegens gebrek aan belang na vertrek uit Nederland.