ECLI:NL:RBDHA:2022:7683
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling inzageverzoek persoonsgegevens en redelijke termijn bestuursrechtelijke procedure
Eiser diende een inzageverzoek in op grond van de AVG met betrekking tot zijn persoonsgegevens verwerkt door het Ministerie van Justitie en Veiligheid, specifiek over zijn tijdelijke plaatsing in een psychiatrisch centrum na vreemdelingenbewaring. Verweerder gaf deels inzage, beperkt tot de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V), en weigerde kopieën van documenten te verstrekken.
De rechtbank oordeelde dat het verstrekken van een overzicht van de verwerkte persoonsgegevens volstaat en dat verweerder niet verplicht is om kopieën van documenten te geven. Ook mocht verweerder de inzage beperken tot het onderdeel van het ministerie waarvoor hij verantwoordelijk is, omdat het verzoek te ruim was geformuleerd. Eiser kon bij andere onderdelen afzonderlijk verzoeken indienen.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat de redelijke termijn voor de behandeling van bezwaar en beroep was overschreden, ondanks een uitstel op verzoek van eiser. Daarom werd een immateriële schadevergoeding van €500 toegekend. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard, maar de Staat werd veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar eiser krijgt een immateriële schadevergoeding van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.