ECLI:NL:RBDHA:2022:1893
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen weigering faciliterend visum wegens onvoldoende motivering middelenonderzoek
Eiseres, een Filipijnse nationaliteit houdende vrouw, vroeg een faciliterend visum aan om samen met haar dochter bij referent in Nederland te verblijven. Verweerder wees de aanvraag af omdat het doel en de omstandigheden van het verblijf onvoldoende waren aangetoond en referent niet voldeed aan het middelenvereiste.
Na bezwaar verklaarde verweerder dit bezwaar kennelijk ongegrond. Eiseres stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte het middelenonderzoek onvoldoende had gemotiveerd, omdat verweerder zich uitsluitend baseerde op het ontbreken van inkomensgegevens in Suwinet en niet op de door eiseres overgelegde aanvullende inkomensgegevens en financiële steun van ouders van referent.
Daarnaast werd vastgesteld dat verweerder ten onrechte geen hoorzitting hield over het bezwaar, terwijl het bezwaar niet kennelijk ongegrond was. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, verklaarde het beroep gegrond en droeg verweerder op binnen zes weken opnieuw te beslissen met inachtneming van de uitspraak.
Verweerder werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het griffierecht. De uitspraak werd gedaan door rechter B.F.Th. de Roos op 2 maart 2022 en is openbaar gemaakt.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd vanwege onvoldoende motivering en niet naleving van de hoorplicht.