Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 3 december 2021, waarin zijn asielaanvraag in de algemene procedure als kennelijk ongegrond werd afgewezen. De rechtbank behandelde het beroep op 3 maart 2022, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen ondanks voorafgaande berichtgeving.
Verweerder meldde dat eiser sinds 7 januari 2022 als 'met onbekende bestemming vertrokken' staat geregistreerd, omdat eiser de opvang had verlaten zonder zijn verblijfplaats te melden. De gemachtigde van eiser reageerde niet inhoudelijk, maar gaf aan dat eiser en hijzelf niet op de zitting zouden verschijnen.
De rechtbank concludeerde dat er geen contact meer is tussen eiser en zijn gemachtigde en dat eiser niet langer prijs stelt op toelating tot Nederland, waardoor hij geen belang meer heeft bij de beoordeling van het beroep. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.