Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[Naam], eiser en verzoeker (hierna: eiser)
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser maakte bezwaar tegen de wijziging van zijn verblijfscode na intrekking van zijn verblijfsvergunning wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf. Na intrekking op 30 juli 2020 werd de verblijfscode gewijzigd naar code 98, en later naar code 34 vanwege een nieuwe aanvraag voor voortgezet verblijf. Eiser stelde dat deze wijziging onjuist was omdat hij beroep had ingesteld en een voorlopige voorziening had verzocht, en dat hij hierdoor geen aanspraak kon maken op sociale voorzieningen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de wijziging van de verblijfscode terecht was, omdat de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht was ingetrokken en de nieuwe aanvraag niet tijdig was ingediend. Het arrest Gnandi, dat rechtmatig verblijf toekent in afwachting van een voorlopige voorziening, was niet van toepassing omdat dit arrest alleen ziet op asielaanvragen. De persoonlijke omstandigheden van eiser en de gevolgen voor zijn sociale voorzieningen vielen buiten de beoordeling van deze zaak.
Verder werd vastgesteld dat het koppelen van een verblijfscode een handeling is in de zin van de Vreemdelingenwet, waardoor het beroep ontvankelijk was. De hoorplicht werd niet geschonden omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Het verzoek om vrijstelling van griffierecht werd toegewezen wegens betalingsonmacht.
Uitkomst: Het beroep tegen de wijziging van de verblijfscode wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.