ECLI:NL:RBDHA:2022:2287
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid en hoogte aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2016
Eiser werd geconfronteerd met een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2016, gebaseerd op een aanzienlijk niet aangegeven vermogen bij de UBS Bank in Zwitserland. De Belastingdienst ontving via internationale samenwerking gegevens over Nederlandse rekeninghouders bij UBS, waaronder eiser.
Eiser betwistte de rechtmatigheid van de gegevensuitwisseling en stelde dat hij de informatiebeschikking niet had ontvangen, waardoor de bewijslast niet kon worden omgekeerd. De rechtbank oordeelde dat de gegevens rechtmatig waren verkregen en dat de informatiebeschikking niet aannemelijk was verzonden, zodat de bewijslast niet kon worden omgekeerd.
Desondanks heeft de Belastingdienst aannemelijk gemaakt dat eiser beschikte over een aanzienlijk niet aangegeven vermogen, en de correctie op de aangifte was gerechtvaardigd. De aanslag en de belastingrente zijn volgens de rechtbank terecht en naar juiste bedragen vastgesteld. Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2016 is terecht en wordt bevestigd.