ECLI:NL:HR:2019:454

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 maart 2019
Publicatiedatum
28 maart 2019
Zaaknummer
18/03739
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 27e lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingenArt. 27h lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt ongegrondverklaring hoger beroep tegen informatiebeschikking en stelt nadere termijn

Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag, waarin het hoger beroep tegen een informatiebeschikking van de Belastingdienst ongegrond werd verklaard. De Hoge Raad oordeelde dat de ingebrachte klachten niet tot cassatie konden leiden, omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

Het hof had nagelaten een nieuwe termijn te stellen voor het voldoen aan de informatieplicht zoals vereist op grond van artikel 27h, lid 2, AWR in samenhang met artikel 27e, lid 2, AWR. De Hoge Raad stelde daarom zelf een termijn van vier weken vast waarbinnen belanghebbende aan de verplichtingen uit de informatiebeschikking moet voldoen.

De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en bevestigde daarmee het belang van een zorgvuldige procedure bij informatiebeschikkingen en de juiste toepassing van termijnen. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 29 maart 2019.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en er wordt een termijn van vier weken gesteld voor het voldoen aan de informatieplicht.

Uitspraak

29 maart 2019
Nr. 18/03739
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 17 juli 2018, nr. BK-17/00901, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 17/3128) betreffende een ten aanzien van belanghebbende gegeven informatiebeschikking.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, omdat de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Nadere termijn voor het verstrekken van de informatie

Ingeval het hoger beroep betreffende een informatiebeschikking ongegrond wordt verklaard, dient het Hof overeenkomstig artikel 27h, lid 2, AWR een nieuwe termijn als bedoeld in artikel 27e, lid 2, AWR te stellen (vgl. HR 20 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2654). Dat heeft het Hof in dit geval verzuimd.
De Hoge Raad zal de termijn stellen waarbinnen belanghebbende kan voldoen aan de verplichtingen voortvloeiende uit de in de informatiebeschikking vermelde vragen. Die termijn wordt gesteld op vier weken, te rekenen vanaf de dag waarop dit arrest is uitgesproken.

4.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en
stelt de termijn waarbinnen belanghebbende kan voldoen aan de verplichtingen voortvloeiende uit de in de informatiebeschikking vermelde vragen op vier weken, gerekend vanaf de dag waarop dit arrest is uitgesproken.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 29 maart 2019.