ECLI:NL:RBDHA:2022:2312
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing afgeleid verblijfsrecht op grond van arrest Chavez-Vilchez wegens onvoldoende aantoonbare zorg- en opvoedingstaken
Eiser, een Kameroense vader met een minderjarige Nederlandse dochter die bij haar moeder in Nederland woont, verzocht om een verblijfsdocument op grond van artikel 20 VWEU Pro en het arrest Chavez-Vilchez. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat hij daadwerkelijke zorg- en opvoedingstaken verricht en dat er een zodanige afhankelijkheidsverhouding bestaat dat zijn dochter het EU-grondgebied zou moeten verlaten bij weigering van verblijf.
Eiser stelde dat de moeder het contact frustreert en dat hij een rechterlijke procedure is gestart om omgang te herstellen. De rechtbank oordeelde echter dat uit het dossier blijkt dat beide ouders meewerkten aan ouderschapsbemiddeling en dat er geen sprake is van frustratie van de omgang. De marginale zorg die eiser verricht, is niet toerekenbaar aan de moeder.
De rechtbank volgde verweerder in het standpunt dat eiser niet voldeed aan de voorwaarden van de Vreemdelingencirculaire, met name paragraaf B10/2.2 onder c en d. Er is geen zodanige afhankelijkheidsverhouding dat de dochter gedwongen zou zijn het EU-grondgebied te verlaten. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om afgeleid verblijfsrecht wordt afgewezen.