ECLI:NL:RBDHA:2022:2367
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod van twee jaar
Eiser, van Albanese nationaliteit, kreeg op 24 januari 2022 een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Dit besluit werd genomen omdat eiser illegaal Nederland was binnengekomen met de intentie om naar Engeland te reizen, waardoor zijn vrije termijn om door het Schengengebied te reizen niet was aangevangen. Tevens bestond het risico dat eiser zich aan het toezicht zou onttrekken.
Eiser stelde bezwaar tegen het besluit en betwistte enkele zware en lichte gronden waarop het besluit was gebaseerd, zoals het niet op voorgeschreven wijze binnenkomen en het ontbreken van vaste woonplaats en middelen van bestaan. De rechtbank oordeelde dat de zware gronden feitelijk juist en voldoende toegelicht waren en dat het terugkeerbesluit en het inreisverbod daarom terecht waren opgelegd.
Verder voerde eiser aan dat het inreisverbod van twee jaar onvoldoende was gemotiveerd en dat hij geen criminele antecedenten had. De rechtbank stelde dat het opleggen van een inreisverbod van twee jaar zonder nadere motivering is toegestaan wanneer geen bijzondere omstandigheden zijn aangevoerd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank wees een proceskostenveroordeling af en gaf aan dat tegen deze uitspraak hoger beroep mogelijk is bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod van twee jaar wordt ongegrond verklaard.