ECLI:NL:RBDHA:2022:2437
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing gezinsherenigingsverzoek wegens ontbreken meer dan gebruikelijke afhankelijkheid
Eisers, allen met de Afghaanse nationaliteit, verzochten om een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) voor gezinshereniging met hun broer, de referent. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens onvoldoende bewijs van familierechtelijke relatie en identiteit, en het ontbreken van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie zoals vereist onder artikel 8 EVRM Pro.
Eisers betoogden dat de familierechtelijke relatie wel was aangetoond, dat verweerder ten onrechte niet van de minderjarige leeftijd van de referent bij aanvraag uitging, en dat er sprake was van wederzijdse afhankelijkheid. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht geen nader onderzoek hoefde te verrichten en dat het jongvolwassenenbeleid niet van toepassing was omdat de referent op het moment van de aanvraag meerderjarig was en niet meer tot het ouderlijk gezin behoorde.
De rechtbank stelde vast dat de sterke emotionele band tussen eisers en referent onvoldoende was om te spreken van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie. Ook het betoog dat verweerder geen belangenafweging had gemaakt en dat eisers niet gehoord waren, werd verworpen omdat het horen in bezwaar in dit geval achterwege mocht blijven. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de MVV-aanvraag voor gezinshereniging wordt ongegrond verklaard.