ECLI:NL:RVS:2019:982
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- G. van der Wiel
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing machtiging voorlopig verblijf voor ouder meerderjarige vluchteling
De staatssecretaris wees de aanvraag van de referent om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor de vreemdeling, haar moeder en meerderjarige vluchteling, af omdat zij geen gezinslid is zoals bedoeld in artikel 29, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond en de vreemdeling en referent stelden hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de Gezinsherenigingsrichtlijn van toepassing is op de referent, maar dat de vreemdeling als ouder van een meerderjarige geen recht kan ontlenen aan de facultatieve bepalingen van die richtlijn, omdat Nederland deze niet heeft geïmplementeerd. De verwijzing naar de reguliere procedure was daarom rechtmatig.
Verder oordeelde de Afdeling dat de belangenafweging in het kader van de Gezinsherenigingsrichtlijn niet gunstiger is dan die op grond van artikel 8 EVRM Pro voor deze categorie gezinsleden. Hoewel de staatssecretaris ten onrechte afzag van het horen in bezwaar, werd dit gebrek gepasseerd omdat de vreemdeling en referent niet zijn benadeeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de mvv-aanvraag bevestigd.