Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 maart 2022 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
blijkt een rendement voor de gewone aandelen van218,9%, terwijl het berekende vereiste rendement (Kel) slechts43,1 7%bedraagt. Deze rendementspercentages zouden aan elkaar gelijk dienen te zijn. Door het hanteren van een groeivoet kan het op basis van de winst- en verliesrekening berekende rendement (geldstromen 1e jaar) echter niet exact aansluiten op de gehanteerde rendementseis (Kel). Door de groeivoet bestaat het werkelijk rendement voor de verschaffer van eigen vermogen namelijk uit:
;
Geschil22. In geschil is of verweerder terecht een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 56.000 in aanmerking heeft genomen. Meer specifiek is in geschil of een dividendpercentage van 4,25% dan wel 7,5% ter zake van de omzetting van het gewone aandeel in Y BV in een cumulatieve preferente aandeel zakelijk is, bij wie de bewijslast ligt
- de aan de aandelen verbonden - en bij verkoop, liquidatie of uitkering van winst te realiseren - aanspraken op het vermogen van de vennootschap (gestort kapitaal, zichtbare reserves, stille reserves en goodwill) na de statutenwijziging volledig worden behouden;
- de aandelen na de statutenwijziging recht geven op een - in verhouding tot de andere aandelen - zakelijke aanspraak op in de toekomst door de vennootschap te behalen winsten. Ik wijs er op dat het bij de beoordeling daarvan aanbeveling verdient het rendement dat op eventueel (nieuw) uit te geven gewone en preferente aandelen zal worden behaald, in de beschouwing te betrekken.