ECLI:NL:RBDHA:2022:2576
Rechtbank Den Haag
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Matiging vergoeding rechtsbijstand wegens bovenmatige tijdsbesteding in eenvoudige strafzaak
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van een verdachte tot vergoeding van kosten rechtsbijstand na seponering van de zaak wegens overtreding van artikel 179 Sr Pro. De verdachte, een jongerenwerker, werd tweemaal verhoord in een zaak van geringe complexiteit die uiteindelijk zonder strafoplegging werd gesloten.
De raadsman had meer dan 22 uren gedeclareerd, inclusief literatuuronderzoek, collegiaal overleg en werkzaamheden die niet direct verband hielden met de strafzaak. De officier van justitie stelde voor de vergoeding aanzienlijk te matigen.
De rechtbank oordeelde dat het gehanteerde uurtarief niet bovenmatig was, maar de tijdsbesteding wel. De complexiteit en omvang van de zaak rechtvaardigen een vergoeding voor circa tien uur. Kosten voor niet-rechtsbijstandgerelateerde werkzaamheden en bepaalde onderzoekskosten worden niet vergoed.
De rechtbank kende een vergoeding toe van €2.500 voor rechtsbijstand en €340 voor de behandeling van het verzoek, totaal €2.840, en wees hogere bedragen af. De betaling wordt ten laste van de Staat uitgevoerd.
Uitkomst: De rechtbank matigt de vergoeding voor rechtsbijstand tot €2.500 en kent daarnaast €340 toe voor het verzoek, totaal €2.840.