ECLI:NL:RBDHA:2022:2577
Rechtbank Den Haag
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Matiging vergoeding rechtsbijstand wegens bovenmatige tijdsbesteding in eenvoudige strafzaak
De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand na seponering van een strafzaak tegen de verzoeker wegens overtreding van artikel 179 Sr Pro. De verzoeker, een jongerenwerker, werd tweemaal als verdachte gehoord in een zaak van beperkte omvang en geringe complexiteit.
De raadsman had meer dan 23 uren gedeclareerd, waaronder reistijd, besprekingen en correspondentie. De officier van justitie vond de gevraagde vergoeding van €5.928,34 te hoog en stelde een matiging voor naar €1.500 plus een forfaitaire vergoeding.
De rechtbank oordeelde dat het gehanteerde uurtarief niet bovenmatig was, maar de tijdsbesteding wel. Kosten voor literatuuronderzoek, collegiaal overleg en werkzaamheden buiten strafrechtelijke bijstand werden niet vergoed. De rechtbank matigde de vergoeding tot €2.500 voor rechtsbijstand en kende daarnaast €340 toe voor het verzoekschrift. De totale vergoeding bedroeg €2.840.
Uitkomst: Vergoeding rechtsbijstand gematigd tot €2.500 en totaal toegekend €2.840 wegens bovenmatige tijdsbesteding.