Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Dit beroep is ingesteld nadat de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND in werking was getreden, welke het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit in beginsel uitsluit.
De rechtbank overweegt dat op grond van deze Tijdelijke wet, behoudens uitzonderingen, geen beroep mogelijk is tegen het niet tijdig beslissen op een asielaanvraag. Omdat eiser pas na inwerkingtreding van de wet verweerder in gebreke heeft gesteld, is de uitzondering niet van toepassing.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin een eerdere ingebrekestelling prematuur werd bevonden en waartegen geen rechtsmiddel is ingesteld. De rechtbank concludeert dat zij kennelijk onbevoegd is om kennis te nemen van het beroep en verklaart zich daarom onbevoegd.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter J.F.I. Sinack en griffier M.Ch. Grazell, en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag verblijfsvergunning asiel.