ECLI:NL:RBDHA:2022:2769
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op vervroegde ingangsdatum Wajong-uitkering wegens ontbreken bijzonder geval
Eiser heeft een Wajong-uitkering aangevraagd met ingang van 6 januari 2019, maar de uitkering is vastgesteld op 6 januari 2020, een jaar voor de datum van aanvraag. Eiser stelt dat hij vanwege de aard en combinatie van zijn stoornissen niet eerder een aanvraag kon indienen en verwijst naar een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep.
De rechtbank overweegt dat eiser voldoet aan de voorwaarden voor de Wajong-uitkering, maar dat het geschil ziet op de ingangsdatum. De verzekeringsarts heeft gemotiveerd dat er geen medische of psychische reden is die de late aanvraag niet verwijtbaar maakt. Eiser was al op jonge leeftijd bekend met zijn problemen en heeft eerder aanvragen voor andere uitkeringen ingediend.
De rechtbank concludeert dat geen sprake is van een bijzonder geval in de zin van artikel 3:29 lid 2 Wajong Pro. De uitkering kan daarom niet eerder ingaan dan een jaar voor de aanvraagdatum. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de ingangsdatum van de Wajong-uitkering blijft 6 januari 2020.