ECLI:NL:RBDHA:2022:2818
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen WIA-uitkeringsbesluit na deskundigenonderzoek
De zaak betreft een beroepsprocedure tegen een besluit van het UWV over de mate van arbeidsongeschiktheid van belanghebbende en de hoogte van zijn WIA-uitkering. Eiser betwistte de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid van 78,16% en stelde dat belanghebbende volledig arbeidsongeschikt is. De rechtbank benoemde een onafhankelijke deskundige die een onderzoek instelde en concludeerde dat belanghebbende niet volledig arbeidsongeschikt was.
De deskundige nam ook kennis van een aanvullend onderzoek naar een autisme spectrumstoornis en bevestigde dat de beperkingen goed waren weergegeven in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). De arbeidsdeskundige baseerde op deze FML een selectie van passende functies, waaronder postbezorger, waarvan eiser betoogde dat deze ongeschikt was vanwege klantcontact. De rechtbank oordeelde dat het contact in deze functie kortstondig en oppervlakkig is en dat de belastbaarheid binnen de gestelde grenzen blijft.
De rechtbank volgde het deskundigenrapport en vond de onderbouwing van het UWV voldoende. Het beroep werd ongegrond verklaard en de hoogte van de WIA-uitkering bleef ongewijzigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het WIA-uitkeringsbesluit is ongegrond verklaard en de uitkering blijft ongewijzigd.