ECLI:NL:RBDHA:2022:2967
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag urgentieverklaring wegens voorziene huisvestingsproblemen
Eiseres huurde een studentenwoning die zij moest verlaten na het behalen van haar mbo-diploma. Zij vroeg een urgentieverklaring aan vanwege dreigende dakloosheid, maar het college wees dit af op grond van artikel 4:5, onder d, van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019.
De rechtbank oordeelt dat eiseres terecht gewezen is op het feit dat zij de woning moest verlaten omdat zij geen student meer was en dat het huisvestingsprobleem redelijkerwijs te voorzien en te voorkomen was, mede gelet op beleidsregels die uitbreiding van het huishouden zonder passende woonruimte als voorkombaar probleem kwalificeren.
Hoewel de situatie van dreigende dakloosheid ernstig is, is dit niet voldoende om de hardheidsclausule toe te passen. Er zijn alternatieve voorzieningen beschikbaar en de belangen van de kinderen zijn volgens de rechtbank voldoende gewaarborgd.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard.